De elfde editie van Beelden op de Berg draagt de poëtische titel ‘Zomersneeuw’. Zomersneeuw is een metafoor voor ‘eeuwige verjonging’. Het is de benaming van het fenomeen waarbij eendagsvliegen (oftewel haften) in het zomerse avondlicht massaal uitvliegen en paren. Dit geeft op een zwoele zomeravond de impressie van dwarrelende sneeuw. 

Het verschijnsel stierf in de jaren dertig uit door watervervuiling. Sinds de rivieren schoner zijn geworden, zijn deze ‘zomersneeuwbuien’ weer af en toe (in de maand augustus) te zien. Ze zijn onder andere waargenomen langs de noordelijke oever van de Nederrijn in het natuurreservaat De Blauwe Kamer, tussen Wageningen en Rhenen. De ervaring van grote schoonheid bij het zien van zomersneeuw is van korte duur als we de volgende ochtend een dik tapijt van dode haften op straat aantreffen. In die korte tijd hebben de mannelijke haften de vrouwtjes bevrucht en is er dus voor nageslacht gezorgd. Het jaar erop herhaalt dit proces zich opnieuw. 

 

Zomersneeuw koppelt de term ‘eeuwige verjonging’ aan de cyclische processen die overal in de natuur zijn waar te nemen: ontkiemen – bloeien – afsterven – en weer ontkiemen: de natuur die zich voortdurend verjongt.