Moderne kunst op de berg

De eerste Beelden op de Berg vond plaats in de zomer van 1976 en was een tentoonstelling van eigentijdse sculptuur. De eerste edities werden mede geïnitieerd door de Nederlandse Kring van Beeldhouwers, een vereniging waar veel destijds bekende beeldhouwers bij aangesloten waren. Onder de deelnemers van de eerste edities prijken dan ook de namen van beeldhouwers die representatief zijn voor een generatie zoals Pearl Perlemutter, Wessel Couzijn, Marius van Beek, Cornelius Rogge en Pjotr Müller.

 

Waren de eerste edities nog min of meer klassiek van opzet, vanaf de 4e editie in 1985 werden de tentoonstellingen sterk bepaald door de ontwikkelingen in de beeldende kunst die zich richten op de openbare ruimte en het landschap.  De ‘plek’ werd een belangrijk onderwerp en het arboretum met zijn topografische kenmerken alsmede het openbare karakter is bij uitstek de locatie waar deze ontwikkelingen konden worden getoond. Voor de 4e editie werden ook buitenlandse kunstenaars uitgenodigd zoals David Mach en Ian Hamilton Finlay.

 

Na een tentoonstelling in 1989 die geheel was gewijd aan kunst uit Zimbabwe, werden de tentoonstellingen niet alleen internationaal maar ook thematisch van opzet. Dit komt tot uitdrukking in de titels die de edities vanaf dat moment mee kregen. Voor de tentoonstelling Musée des Beaux Arts, Musée des Beaux Arbres in 1993 werden naast Nederlandse kunstenaars waaronder Marinus Boezem en herman de vries ook Guiseppe Penone (I), Kimio Tsuchya (J), Tony Cragg (GB) en opnieuw Ian Hamilton Finlay (GB) uitgenodigd. De thematische benadering droeg bij aan een steeds specifiekere selectie van kunstenaars, waarvan het werk sterk werd bepaald door natuurlijke en landschappelijke elementen. Deze aanpak werd in de laatste vier edities doorgezet waarbij de thematiek niet alleen betrokken is op de landschappelijke betekenis van de plek maar ook op de wetenschappelijke habitus en functie van het arboretum zelf. Voor Beelden op de Berg 7 met de titel St*rboretum werden slechts 3 kunstenaars uitgenodigd, waaronder de aan de Universiteit van Californië verbonden kunstenaar en bioloog David Kremers. 

 

De thematische aanpak bood tevens aanleiding voor randprogrammeringen, performances en lezingen. Een goed voorbeeld hiervan is het ontwerp-seminar dat aan de tentoonstelling Dreamscapes (2003, curator Simonka de Jong), die de maakbaarheid van de natuur als thema had, voorafging. Voor deze 8e aflevering Dreamscapes met kunstenaars als Job Koelewijn, Germaine Kruip en de Belgische kunstenaar Ann Veronica Janssens werden ook o.a. de (landschaps) architectenbureaus MVRDV, WEST 8 en B + B uitgenodigd om werken te realiseren.

 

In Exoten (2008, curator Kim Knoppers) werd het arboretum opgevoerd als metafoor voor culturele diversiteit. Een park als verzamelplek van inheemse en exotische planten- en boomsoorten die met elkaar moeten samenleven in een afgebakend gebied. Deelnemende kunstenaars waren onder andere Peter de Cupere, Maartje Korstanje, Remy Jungerman, Heidi Linck en Ronald van der Meijs. Blood for Roses gaf een kleurrijke, theatrale invulling aan het thema en Martijn Engelbrecht verzamelde voor The Rest voedselrestanten die tot een smakelijke lunch in de tuin werden bereid.  

 

De 10de editie (Re)Source (Koos Flinterman met Krijn Christiaansen (co-curator) en Marieke Berkers (redactie en programmering) was een voortzetting van de ontwikkeling die in voorgaande edities is ingezet. Een ontwikkeling van autonome sculpturen en locatiegebonden sculpturale ingrepen naar meer thematische en narratieve tentoonstellingen gelieerd aan de functie en de betekenis van de plek. Onder de titel (Re)Source - over authenticiteit en manipulatie werd met name de meer wetenschappelijke kant van het arboretum benut. 

Kunstenaars en vomgevers die een bijdrage leverden waren onder andere Koen Vanmechelen, Christien Meindersma, Anne Holtrop, Driessens & Verstappen, Maria Barnas, Barbara Visser, Atelier NL en Ernst Verhoeven.